20 aug

Zakelijk lenen aan medevennoot

Vader, moeder en zoon ondernemen via een maatschap. Het maatschapskapitaal van de zoon staat door verliezen en jarenlange privé-opnamen ruim € 334.000 negatief. De ouders besluiten in jaar acht om ruim € 134.000 kwijt te schelden en daarnaast € 100.000 af te waarderen wegens oninbaarheid. Kennelijk is de zoon op dat moment nog wel goed voor de resterende € 100.000. De ouders presenteren dus een aftrekpost van ruim € 234.000 aan de fiscus. De inspecteur weigert aftrek wegens onzakelijk handelen. De rechtbank is daar niet van overtuigd. Het kan in maatschapsverband zakelijk zijn om door een mede-vennoot teveel opgenomen gelden niet terug te laten storten. De fiscus gaat in beroep. Wat besliste het gerechtshof?

Volgens het gerechtshof wisten de ouders al jaren dat de zoon slechts goed was voor maximaal € 100.000. Door de vordering op te laten lopen hebben ze een risico aanvaard dat een zakelijk handelende derde niet zou hebben genomen. Er zijn nooit afspraken gemaakt over aanzuivering van het tekort. Ook zijn er geen zekerheden bedongen of verstrekt. De conclusie luidt dat de ouders onzakelijk hebben gehandeld door de vordering op Z tot boven de € 100.000 te laten oplopen. Daarmee vervalt hun aftrekpost van ruim € 234.000.  

 

Als u vanuit de onderneming leningen verstrekt aan directe relaties, of hun schulden laat oplopen, houdt dan direct rekening met de fiscale zakelijkheidstoets. Dat geldt ook binnen een maatschap of vof.