16 mrt

Broer fiscaal slachtoffer van moederliefde?

Moeder Thea (82) heeft in de loop der jaren geld geleend aan haar ondernemende, maar verre van succesvolle zoon Ruud. Haar andere zoon, Bert, is minder ondernemend en had geen leningen van moeder nodig. Thea overlijdt. Ruud en Bert zijn de erfgenamen. Tot de nalatenschap van Thea behoort een vordering van € 725.000 op Ruud.  Bert beweert dat de vordering helemaal niets waard is. Hij wil er absoluut geen erfbelasting over betalen. De Belastingdienst denkt daar anders over.

Bij de rechter komt vast te staan dat Ruud altijd heeft geweigerd om af te lossen. Hij had ook geen zekerheden gesteld, hoewel hij daartoe wel verplicht was. Ten tijde van het overlijden en daarna is gepoogd de vordering te innen, maar zonder succes. Inmiddels was ook de BV van Ruud failliet verklaard. De Belastingdienst beweert dat er desondanks altijd wel een koper voor de vordering te vinden is. Dat gelooft de rechter niet. Bert krijg volledig gelijk.