Nieuws

30 mrt

Werkkostenregeling werkt

De werkkostenregeling (WKR) is het in 2011 ingevoerde systeem voor de behandeling van vergoedingen en verstrekkingen in de loonbelasting. Sinds 2015 is de WKR verplicht. Het primaire doel van de invoering van de WKR was om de administratieve lasten voor werkgevers te verminderen. Onlangs is de werkkostenregeling uitgebreid geëvalueerd. Daarover heeft het kabinet zijn standpunt kenbaar gemaakt.

De werkkostenregeling bestaat uit een aantal gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen en een vrije ruimte. Bepaalde vergoedingen en verstrekkingen vallen tot op zekere hoogte onder een gerichte vrijstelling en blijven daardoor onbelast, zoals reiskosten en studiekosten. Bepaalde vormen van loon in natura, zoals werkplekvoorzieningen en werkkleding, vallen onder een nihilwaardering en blijven op grond daarvan onbelast. De overige vergoedingen en verstrekkingen (met uitzondering van onder andere de ter beschikking gestelde auto en woning) kan de werkgever onder de vrije ruimte van 1,2% van de fiscale loonsom brengen, waardoor deze onbelast blijven. Hiervoor moet de werkgever deze vergoedingen en verstrekkingen in de administratie aanwijzen als eindheffingsbestanddeel, waarbij moet worden voldaan aan het gebruikelijkheidscriterium. Het bedrag dat boven de vrije ruimte uitkomt, valt onder een eindheffing van 80%.

Een belangrijke ontwikkeling is de beperkte invoering per 2015 van het noodzakelijkheidscriterium op het gebied van gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur. De werkgever mag deze belastingvrij verstrekken en vergoeden mits hij deze redelijkerwijs noodzakelijk acht in het kader van de dienstbetrekking en de kosten daarvan voor zijn rekening neemt. Een eventueel privévoordeel voor de werknemer blijft dan onbelast.

Hoofdconclusie van het kabinet is, dat de werkkostenregeling werkt en dat grote aanpassingen onwenselijk zijn. Wel ziet het kabinet kansen om met kleine aanpassingen de WKR op enkele punten te vereenvoudigen.

De werkgever moet nu vergoedingen en verstrekkingen waarvoor een gerichte vrijstelling geldt, aanwijzen als eindheffingsbestanddeel. Die aanwijsverplichting kan wellicht worden geschrapt.

De werkgever moet nu continu elke verstrekking van een maaltijd bijhouden. Als de werkgever het loonvoordeel uit de verstrekking van maaltijden door middel van een steekproef mag vaststellen, zou dat de administratieve lasten aanzienlijk verminderen.

Op dit moment moet de werkgever de marktrente bijhouden wanneer hij een personeelslening verstrekt. Herinvoeren van een normrente om het voordeel bij de personeelslening te kunnen berekenen, is voor de werkgever veel eenvoudiger.

Het is niet altijd duidelijk of eigen bijdragen van de werknemer voor een verstrekking strijdig zijn met het als noodzakelijk aanmerken van een verstrekking. Hierover kan de Belastingdienst meer duidelijkheid bieden in het Handboek Loonheffingen.

Tip: In de komende periode zal de Staatssecretaris van Financiën in overleg treden met het bedrijfsleven om na te gaan voor welke aanpassingen draagvlak bestaat. De meest kansrijke opties gaat hij uitwerken in wet- en regelgeving. Hier vindt u de complete evaluatie en het kabinetsstandpunt daarover.

Lees meer
30 mrt

Verbod privégebruik DGA

Stel, u bent enig aandeelhouder en bestuurder van een BV, in fiscale termen directeur-grootaandeelhouder (DGA). Uw BV stelt aan u voor zakelijk verkeer een Mercedes ter beschikking. Soms laat u medewerkers de auto ook even gebruiken voor een zakelijke rit. U sluit met uw BV een overeenkomst waarin staat dat privégebruik van de auto is verboden. De auto staat na werktijd altijd bij het bedrijf achter het hek. U houdt geen kilometeradministratie bij. Krijgt u bijtelling wegens privégebruik?

De Belastingdienst vindt van wel. En helaas heeft de hoogste rechter dat onlangs bevestigd. De DGA kon niet overtuigend aantonen dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden was gebruikt. Hij heeft geen rittenregistratie bijgehouden en ook niet op een andere manier het vereiste bewijs geleverd. De DGA had zelf de sleutel van het hek. Ook zou hij zelf zijn eigen verbod op privégebruik moeten controleren. Dat levert geen overtuigend bewijs.  

Tip: Voor de DGA zit er weinig anders op dan een sluitende kilometeradministratie, als hij bijtelling wegens privégebruik van de auto van de zaak wil voorkomen.

Lees meer
30 mrt

Zakelijkheid lening van uw BV

Geld lenen, al dan niet in rekening courant, van uw BV kan tot fiscale problemen leiden. Met name als het totaalbedrag toeneemt en de voorwaarden niet geheel zakelijk zijn. Na een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur heeft de Staatssecretaris van Financiën interne documenten van de Belastingdienst openbaar gemaakt die hierover gaan.

Het is een brief met 45 pagina’s aan bijlagen. Deze bevatten de standpunten van de Belastingdienst met een onderbouwing uit regelgeving en rechtspraak. Ze gaan over onderwerpen als rentepercentage, zekerheden, onzakelijke lening, schijnlening, winstuitdeling, kwijtschelding, aflossingsschema, boetes en invorderingsmaatregelen. Ook is de standaard vaststellingovereenkomst opgenomen die soms wordt gesloten om tot een ordelijke fiscale afwikkeling te komen.

Tip: Als u geld leent van uw eigen BV, al dan niet in rekening courant, dan is zakelijkheid van belang. Wilt u precies weten hoe de Belastingdienst daar tegenaan kijkt, lees dan deze brief met bijlagen.

Lees meer
30 mrt

Fiets van de zaak eenvoudiger

De fiscale regels voor een fiets van de zaak zijn ingewikkelder en geven meer administratieve rompslomp dan de regels voor een auto van de zaak. Het kabinet wil, samen met de branche, de (lease) fiets van de zaak aantrekkelijker maken. Daarom wordt een vereenvoudiging aangekondigd die op 1 januari 2020 moet ingaan.

Voor het privégebruik van een zakelijke fiets geldt op dit moment geen forfait om de waarde van het voordeel vast te stellen. Daarom moet per geval worden bepaald wat het werkelijke voordeel van de fiets van de zaak is. In de praktijk betekent dit dat het aantal privé gefietste kilometers wordt vermenigvuldigd met de kilometerprijs van de fiets, te weten het bedrag van de kosten per kilometer aan afschrijving, onderhoud, reparatie, verzekering en eventueel elektriciteit. Dat is veel ingewikkelder dan een jaarlijks forfait, bijvoorbeeld een bijtelling van een percentage van de catalogusprijs.

Het vereenvoudigen van de bijtelling voor privégebruik van een door de werkgever ter beschikking gestelde fiets geeft een signaal vanuit het rijk richting werkgevers dat fietsstimulering belangrijk is en dat het rijk bereid is barrières die daarbij ervaren worden weg te nemen. Daarmee geeft het een impuls aan stimulering van de fiets door werkgevers.

Tip: Overweegt u aan medewerkers een fiets van de zaak te verstrekken, maar houdt de administratieve rompslomp u tegen? Wacht dan, als dat kan, tot januari 2020. In de aanloop naar januari 2020 zal meer duidelijk worden over de vereenvoudiging.

Lees meer
16 mrt

Verplichtingen werkgevers strijdig met AVG?

Werkgevers hebben wettelijke verplichtingen rond de veiligheid en gezondheid van hun werknemers. Om deze verantwoordelijkheden uit te kunnen voeren, moeten werkgevers persoonlijke gegevens van werknemers vastleggen. De Autoriteit Persoonsgegevens hanteert strenge richtlijnen. Met de komst van de AVG worden eventuele boetes hoger. VNO-NCW en MKB-Nederland geven in een pamflet voorbeelden van tegenstrijdige regels. Daarmee hopen ze duidelijkheid te krijgen van de overheid.

Zo mag de werkgever, wanneer hij in het kader van re-integratie een werknemer behandeling door een fysiotherapeut, psycholoog of coach aanbiedt, de rekening niet in zijn administratie opnemen. Die bevat namelijk persoonlijke gezondheidsgegevens. Hoewel de Wet Marktordening Gezondheidszorg zorgverleners juist verplicht om de behandeling op de factuur te zetten, verbiedt de Autoriteit Persoonsgegevens het verwerken van facturen door werkgevers omdat er bijvoorbeeld een DBC-code (code Diagnose Behandel Combinatie) op staat. Dit resulteert in de onmogelijkheid van de werkgever om de werknemer optimaal te begeleiden en mogelijk tot een conflict met de accountant omdat de boekhouding niet op orde is.

In het geval van een ziekteduur langer dan zes weken, komt de bedrijfsarts in beeld. Aan de hand van diens analyse moet door werkgever en werknemer altijd een Plan van Aanpak worden gemaakt. De werkgever zal actief moeten volgen of de werknemer voldoende meewerkt aan de re-integratie. Denk aan cursussen, behandeling, training, mediation of andere interventies. Werkt de medewerker onvoldoende mee en spreekt de werkgever hem daar niet op aan, dan krijgt de werkgever daarvan uiteindelijk de rekening gepresenteerd: hij kan dan een loonsanctie van het UWV krijgen. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft echter bepaald dat de werkgever niet mag registeren welke interventies zijn voorgesteld. Ook mag hij de voortgang niet monitoren om de vinger aan de pols te houden.

Tip: Lees meer voorbeelden in het pamflet. U vindt het hier.

Lees meer
16 mrt

Secretaresse onderneemster?

Een dame staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als eenmanszaak in het verlenen van secretariële en juridische diensten aan advocaten en overige organisaties. Ze doet dit werk voor een advocatenmaatschap. De inkomsten hieruit geeft ze aan als winst uit onderneming. Daarnaast doet ze wat tijdelijke klussen in loondienst. Volgens de Belastingdienst is van winst uit onderneming echter geen sprake. Navorderingen en een rechtszaak volgen.

Voor fiscaal ondernemerschap is vereist dat belanghebbende voldoende zelfstandigheid bezit ten opzichte van haar opdrachtgever(s), niet slechts incidenteel opdrachten aanvaardt, maar streeft naar continuïteit van haar werkzaamheden door het verkrijgen van verschillende opdrachten en ondernemersrisico loopt.

De bewijslast ligt in dit geval bij de secretaresse. Daarin slaagt ze niet. De maatschap vormt slechts een enkele opdrachtgever. Ze kan niet bewijzen dat ze actief naar nieuwe opdrachtgevers op zoek is geweest. Ze heeft verwaarloosbaar ondernemersrisico gelopen. De secretaresse beroept zich nog op de door de Belastingdienst afgegeven VAR-WUO. Ze heeft echter in het aanvraagformulier onjuiste informatie verstrekt. Daarom mag ze aan die VAR-WUO geen vertrouwen ontlenen.

De rechter komt alles overwegende tot de conclusie dat de secretaresse gewoon bij de advocatenmaatschap in loondienst was.

Tip: Ook in deze uitspraak toetst de Belastingdienst, en vervolgens de belastingrechter, een gecreëerde papieren werkelijkheid aan de echte criteria die aan fiscaal ondernemerschap ten grondslag liggen.

Lees meer