Nieuws

07 jul

Ritten naar voetbalstadion zakelijk

Een directeur van een BV die actief is in de vastgoedsector gaat met zijn auto van de zaak regelmatig naar het voetbalstadion. De BV heeft daar seizoenkaarten en business seats. Voor de auto past de BV geen bijtelling toe. Er volgen naheffingen over vijf jaren van totaal ruim € 90.000, exclusief boete en rente.  De BV moet aannemelijk maken dat de directeur op kalenderjaarbasis niet meer dan 500 km per jaar privé heeft gereden. Er ontstaat discussie over de zakelijkheid van de stadionbezoeken.

De Belastingdienst eist dat de directeur concreet aantoont welke deals hij per stadionbezoek heeft gesloten. 

De rechter komt eraan te pas. Die vindt dat de Belastingdienst met deze eis veel te ver gaat. Zo’n verzwaring van de bewijslast volgt namelijk niet uit de wet. Het staat voldoende vast dat de directeur alleen naar het stadion ging als hij daar daadwerkelijk contact kon leggen of onderhouden met klanten en potentiële klanten. Daarmee dienen deze ritten bij de berekening van de privékilometers buiten beschouwing te blijven.

Tip: Het verdient aanbeveling bij het inboeken in uw kilometeradministratie een korte, concrete reminder te noteren. Waarom was deze rit zakelijk? Zo helpt u uzelf en uw werkgever voor het geval achteraf fiscaal bewijs nodig is.

Lees meer
07 jul

Forfaitaire verhuiskostenaftrek voor ondernemer

Een ondernemer, uitbater van een café, verhuist naar een woning met een berging. Die gebruikt hij voor vriezers en koeling waarvoor in zijn café te weinig plaats is. Zijn oude woning had daarvoor te weinig bergruimte. In de aangifte vergeet de oude adviseur aftrek van verhuiskosten. De nieuwe adviseur van de ondernemer claimt echter een forfaitaire aftrek van € 7.750 vanwege de kosten voor het overbrengen van zijn inboedel. De Belastingdienst weigert de aftrek. Partijen gaan naar de rechter.

Volgens de rechtbank maakt de ondernemer aannemelijk dat hij verhuiskosten heeft gemaakt. Er is een bon van de huur van een aanhangwagen. De gemaakte kosten zijn ook zakelijk. Het doel van de verhuizing was gelegen in het tegen zo beperkt mogelijke kosten onderbrengen van de vriezers en de koeling. Het is niet relevant dat de onderneming zelf niet is verplaatst. Ook maakt het niet uit dat de verhuiskosten zelf niet ten laste van de winst zijn gebracht. De ondernemer heeft recht op de geclaimde forfaitaire aftrek van € 7.750.

Let op: Voor deze extra aftrekpost van € 7.750 is van belang dat u daadwerkelijk verhuiskosten hebt gemaakt en dat deze een zakelijke doel dienen. Niet van belang is de hoogte van uw verhuiskosten.

Lees meer
07 jul

Fiscale aftrek scholingsuitgaven pas afgeschaft per 2019

Eind 2016 heeft het kabinet voorgesteld de aftrek van scholingsuitgaven per 1 januari 2018 te schrappen en te vervangen door een regeling met scholingsvouchers. Na de verkiezingen is dit wetsvoorstel controversieel verklaard. Een nieuw kabinet bepaalt dus wat er mee moet gebeuren. Er is onzekerheid over de vraag of 2017 nu het laatste jaar is waarin de aftrek kan worden geclaimd.  Daarom is besloten de eventuele afschaffing niet eerder te laten ingaan dan per 2019.

Intussen wordt wel doorgewerkt aan de uitwerking van de scholingsvouchers. Om 2019 uitvoeringstechnisch te halen, moet een nieuw kabinet dit jaar keuzes maken. Is het een regeling die zich richt op het stimuleren van een leercultuur en breed open staat voor alle doelgroepen? Of is het een regeling die zich alleen richt op scholing door individuen die kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt en uit zichzelf niet snel tot scholing over gaan?

Let op: Als financiële hulp van de overheid bij scholing voor u ook na 2018 van belang is, houd u dan dit najaar de ontwikkelingen bij. In 2017 en 2018 kunt u gebruik blijven maken van de bestaande fiscale aftrek.

Lees meer
07 jul

Vergoeding bij onterecht ontslag fors omhoog

Een kapster werkt 4,5 uur per week met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Haar salaris is € 224,51 bruto per maand. De nieuwe eigenaar van de kapsalon wil van haar af en zegt botweg de overeenkomst op. De kapster kan nu volgens de wet kiezen: vernietiging van de opzegging of beëindiging van de overeenkomst met transitievergoeding en billijke vergoeding. Ze kiest voor het laatste en eist naast de transitievergoeding van € 1596 een billijke vergoeding van € 57.699 bruto.

Lagere rechters kennen haar een billijke vergoeding toe van € 4.000. Dat vindt haar advocaat veel te weinig. De zaak gaat naar de hoogste rechter. Deze bepaalt dat alle gevolgen van het ontslag voor de werknemer mogen meewegen bij het vaststellen van de billijke vergoeding. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer volledig wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Daarbij spelen persoonlijke omstandigheden mee, zoals: wat zou de werknemer totaal aan loon en pensioen hebben gehad als er geen onterecht ontslag was geweest? Was rechtmatig ontslag mogelijk? Heeft werknemer inmiddels ander werk? Wat zou de werknemer elders kunnen verdienen?

Let op: Advocaten zullen vanaf nu zeer forse billijke vergoedingen gaan eisen. In deze belangrijke zaak moet een lagere rechter met de nieuwe richtlijnen nog een berekening maken van de billijke vergoeding. Naar verwachting gaat deze hoger uitvallen dan de al toegekende € 4.000.

Lees meer
23 jun

Concurrentiebeding te ruim?

Een rayonleider bij de Action heeft in zijn arbeidsovereenkomst een zeer ruim concurrentiebeding staan. Kort gezegd mag hij zonder toestemming niet gaan werken voor een onderneming die soortgelijk is aan de Action, waaronder in ieder geval is inbegrepen de discount of value retail branche. Hij zegt zijn contract op met de mededeling dat hij bij een drogisterij aan de slag wil. Daarvoor krijgt hij geen toestemming. De rayonleider  is van mening dat de drogisterij-formule niet concurreert met die van Action. Partijen eindigen bij de rechter. 

Uitgangspunt is het fundamenteel (grond)recht van de werknemer op een vrije arbeidskeuze. De reikwijdte van eventuele inperking hiervan door een non-concurrentiebeding moet voor de werknemer kenbaar zijn. In dit geval is aan werknemer vooraf onvoldoende duidelijk gemaakt welke bedrijven wel en niet onder het beding vallen. Als de werknemer pas duidelijkheid kan krijgen of een overstap naar een ander bedrijf tot problemen leidt door zijn werkgever om toestemming te verzoeken, is dat een te grote inbreuk op de vrije arbeidskeuze. Bij opzegging is er immers eigenlijk geen weg terug. De rechter schorst het beding.

Tip: Laat een deskundige nagaan of het concurrentiebeding dat u hanteert aan de voorwaarden voldoet. Overstap van een werknemer naar een concurrent kunt u met een goed beding wel degelijk voorkomen.

Lees meer
23 jun

Beleggen of ondernemen?

Het blijft lastig, de grens tussen ondernemen en beleggen bij onroerend goed. Belangrijk fiscaal verschil: tot 52% belasting over de winst bij verkoop. Stel, u maakt er jarenlang een gewoonte van onroerende zaken te kopen met ernstig achterstallig onderhoud. Dat doet u deels met geleend geld. U  knapt de panden zelf op en verhuurt ze vervolgens. Ook verkoopt u af en toe opgeknapte panden. Gemiddeld komt u op een bezit van circa 50 panden. Bent u belegger of onroerend goedondernemer? 

De hoogste rechter besliste onlangs over zo’n geval. De panden waren als belegd vermogen in Box 3 in de aangifte verwerkt. De Belastingdienst vond dat sprake was van meer dan normaal vermogensbeheer, zelfs van een vastgoedonderneming.  Het verschil aan belasting tussen beide standpunten bedroeg over drie jaar ruim € 600.000. De Belastingdienst kreeg gelijk omdat belanghebbende welbewust panden met achterstallig onderhoud aankoopt waarna hij ze opknapt om hogere huren te kunnen berekenen dan wel verkoopwinsten te kunnen behalen.

Let op: De grens tussen beleggen en meer dan normaal vermogensbeheer is niet altijd even helder, maar cruciaal voor de fiscale gevolgen. 

Lees meer